Volgens de ARAMIS-studie, gepubliceerd in the New England Journal of Medicine, is de metastasevrije overleving onder darolutamide significant hoger dan onder placebo. De incidentie van bijwerkingen is in beide groepen vergelijkbaar.
Bisfosfonaten en denosumab beïnvloeden de homeostase van het bot. Bisfosfonaten inhiberen de functie van de osteoclasten rechtstreeks, terwijl denosumab via inhibitie van het RANKligand de voorlopers van de osteoclasten verhindert om uit te rijpen tot osteoclasten en te groeien. Beide groepen van geneesmiddelen werden getest bij patiënten met prostaatkanker in verschillende ziektestadia en de resultaten van deze studies worden hier besproken.
Meerdere studies hebben de aanvulling van androgeendeprivatietherapie met docetaxel of abirateronacetaat onderzocht bij patiënten met een nieuw gediagnosticeerde gemetastaseerde prostaatkanker. Die studies hebben eensluidende uitkomsten opgeleverd, toch wachten er nog enkele vragen op antwoord.
Volgens een recent systematisch literatuuroverzicht hangt het antwoord op deze vraag af van het risico.
Bij prostaatkanker cN1 wordt over het algemeen een androgeendeprivatietherapie voorgeschreven. En toch …
Als de PSA hoog blijft of stijgt na prostatectomie valt vroege radiotherapie te overwegen. Welke patiënten zullen daar waarschijnlijk baat bij hebben?
Uit de gegevens op lange termijn van de studie ALSYMPCA blijkt dat radium-223 goed wordt verdragen. De incidentie van myelosuppressie is laag en er valt geen enkel bijzonder symptoom te melden.
Androgeendeprivatietherapie (ADT) is één van de hoekstenen van de behandeling van gevorderde en gemetastaseerde prostaatkanker. Ondanks de overlevingsverbetering door deze therapie, gaat een behandeling met ADT gepaard met bijwerkingen...
Kan het leeftijdsgebonden karakter van het herstel van de erectiefunctie na een prostatectomie een argument zijn voor een onmiddellijke chirurgische ingreep bij jongere patiënten met laagrisicoprostaatkanker?
Twee studies (STAMPEDE en LATITUDE) in The New England Journal of Medicine hebben aandacht voor toevoegen van abirateron plus prednisolon aan androgeendeprivatietherapie in de aanpak van prostaatkanker. Zowel Karim Fizazi als Nicholas James kwamen tot hoopvolle bevindingen.
Na 20 jaar follow-up van mannen met gelokaliseerde prostaatkanker blijkt heelkunde niet gepaard te gaan met significant minder totale of prostaatkankergerelateerde sterfte dan observatie. Dat suggereert althans onderzoek door Timothy Wilt en collega’s. The New England Journal of Medicine publiceert de resultaten.
De micro-omgeving van de pathologische prostaat lijkt een specifiek microbioom te vertonen.
Een taskforce van de International Society of Geriatric Oncology heeft aanbevelingen geformuleerd voor de behandeling van prostaatkanker bij ouderen. De groep geeft zijn mening over de parameters waarmee rekening dient te worden gehouden vooraleer te beslissen over de therapeutische aanpak.
Acetylsalicylzuur (ASZ) zou het risico op overlijden aan prostaatkanker kunnen verlagen.
De meting van de expressie van AR-V7 in volledig bloed met PCR hangt samen met de respons op abirateron en enzalutamide bij een castratieresistente prostaatkanker. Dat zou een nuttig alternatief kunnen zijn voor de meting van de expressie vanuit circulerende tumorcellen, wat een complexere techniek is.
Meteen radiotherapie of salvage-radiotherapie na prostatectomie voor een risicoprostaatkanker?
Een sneller herstel van de urinecontinentie na een robotgeassisteerde prostatectomie met behoud van de ruimte van Retzius.
De ligging van AR-V7 in circulerende tumorcellen beïnvloedt de interpretatie van die marker bij het kiezen tussen een taxaan en een remmer van de androgeensignalisatieweg bij castratieresistente prostaatkanker.
Vaak wordt een androgeendeprivatietherapie voorgeschreven bij een biochemisch recidief na een primaire behandeling voor een plaatselijke prostaatkanker. Heeft dat een invloed op de sterfte?
De nieuwe classificatie van prostaatkanker (Prostate Cancer Grading System, PCGS) maakt een onderscheid tussen een gleasonscore van 8 en een gleasonscore van 9-10 in termen van biochemisch recidief na chirurgie. Hoe zit het met de overleving op lange termijn?
Adjuvante radiotherapie of vroege salvageradiotherapie na prostatectomie bij patiënten met een pT3N0-prostaatkanker?
Rekening houden met de voorkeuren van de patiënt is natuurlijk “in”, maar het zou jammer zijn om je te beperken tot die toch wel bijzonder kortzichtige benadering. Ervoor zorgen dat de patiënt een behandeling (in welke vorm dan ook) aanvaardt (en dus inneemt), garandeert een grotere doeltreffendheid.
Bij patiënten die tijdens de eerste 5 jaar na chirurgie herhaaldelijk een onmeetbaar laag PSA hebben, kan de monitoring worden gestaakt. Het risico op een later biochemisch recidief is dan immers uiterst laag.
Het hoeft geen betoog dat robotassistentie een nuttig hulpmiddel is voor chirurgen, maar het gebruik ervan biedt nog tal van andere voordelen, zoals blijkt uit de analyse van de gegevens van een register van Kayser Permanente met meer dan 5.700 patiënten. Zij werden behandeld voor prostaatkanker die werd vastgesteld tussen maart 2011 en januari 2014 en werden maximaal 24 maanden lang gemonitord.
Toevoegen van antiandrogeentherapie gedurende 24 maanden aan radiotherapie resulteert in een significant betere totale overleving en minder metastasering en sterfte door prostaatkanker dan radiotherapie plus placebo. Dat besluiten althans William Shipley en collega’s uit een dubbelblinde studie, verschenen in The New England Journal of Medicine.
Een consortium van 42 Amerikaanse instellingen vroeg zich af in hoeverre de aanbevelingen in verband met de actieve bewaking van prostaatkanker met laag risico goed worden gevolgd. Kan beter.
Langdurige inname van allopurinol zou het risico op prostaatkanker bij jichtpatiënten kunnen verlagen.
Plaatselijke prostaatkanker wordt vaak behandeld met externe radiotherapie. Klassiek bestaat die radiotherapie uit een veertigtal sessies over 8, 9 weken, wat zeker interfereert met de levensgewoontes van de patiënten.
Uit een kleine fase 2-studie blijkt dat de komst van nieuwe antiandrogenen je toch 2-maal moet doen nadenken voor je de diagnose van castratieresistente prostaatkanker stelt.
Volgens een studie die is gepubliceerd in Lancet Oncology zou vascular-targeted fotodynamische therapie met padeliporfine als fotosensibiliserend middel beter zijn dan actieve surveillance bij patiënten met een prostaatkanker die een laag risico inhoudt. Wat is ervan aan?
Beeldvorming door multiparametrische kernspinresonantie vermindert het aantal zinloze biopsies bij het diagnosticeren van prostaatkanker.
Bij een unilaterale lokale prostaatkanker zou een hemiablatie van de prostaat met zeer intense focale ultratonen betere functionele resultaten kunnen geven dan een robotgeassisteerde prostatectomie, met een oncologisch resultaat dat even goed is.
Een daling van de hoeveelheid circulerende tumorcellen correleert met de overleving bij patiënten met een castratieresistente prostaatkanker die worden behandeld met abirateron of chemotherapie.
Een hoge bloedspiegel van foliumzuur zou gepaard kunnen gaan met progressie van prostaatkanker.
Een hogere frequentie van ejaculatie zou kunnen beschermen tegen prostaatkanker.
Een upgrading van de gleasonscore (> 6) en een klinisch stadium T3 blijken doorslaggevend te zijn bij de beslissing om toch een actieve behandeling te starten bij patiënten met een prostaatkanker die tot nog toe actief werden gevolgd.
Dat AZ Herentals, AZ Sint-Jozef Malle, AZ Turnhout, ZNA Jan Palfijn, ZNA Middelheim, ZNA Stuivenberg en AZ Klina inmiddels gedurende een jaar dezelfde robot gebruiken voor de behandeling van prostaatkanker, is een opmerkelijke prestatie die tot voorbeeld strekt en minister Vandeurzen tot een bezoek verleidde.
Hoofdarts van AZ Klina, Joost Baert, noemt dit het zorgmodel van de toekomst: “Dure apparatuur wordt gedeeld, er ontstaat een netwerk rond een pathologie.”
Op de website van de New England Journal of Medicine zijn er 2 online artikels en een redactioneel commentaar gepubliceerd over de aanpak bij lokale prostaatkanker: resultaten na 10 jaar, het oordeel van de patiënten en de mening van A.V. D’Amico.
Vlaams minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen (CD&V) liet bij de feestelijke zitting van een jaar robotcentrum in het Brasschaatse AZ Klina niet na om te wijzen op zijn aartsmoeilijke opdracht: innoveren in een besparingscontext.
Voorzitter LOK en diensthoofd urologie Guy Hendrickx hamerde op de noodzaak van een wettelijk kader. Hij bedankte de artsen die de robotopleiding op hun schouders namen. Toch kwam het project niet zonder slag of stoot tot stand en zou het vandaag een stuk moeilijker liggen.
De heterogeniteit van het fenotype en het genotype van circulerende tumorcellen zou de keuze voor een bepaalde behandeling kunnen beïnvloeden bij gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker.
Onderzoek door het Cancer Genome Atlas Research Network gaf aan dat type 1- en type 2-niercelcarcinomen zowel klinisch als biochemisch verschillend zijn en dat type 2-tumoren nog kunnen worden onderverdeeld in minstens drie subtypes op basis van moleculaire en fenotypische karakteristieken. Hun onderzoek verscheen in the New England Journal of Medicine.
Na Lance Armstrong in 1996 werd recentelijk ook bij de Italiaanse wielrenner Ivan Basso teelbalkanker ontdekt. Moeten we het schrikbeeld van de doping tevoorschijn halen? Published ahead of print.
Terwijl zoledroninezuur de overleving niet blijkt te verbeteren van mannen met prostaatkanker onder hormoontherapie en bijgevolg geen deel hoeft uit te maken van de standaardtherapie, blijkt docetaxel in deze populatie wel zinvol te zijn. Zo concluderen de auteurs van de STAMPEDE-studie die the Lancet publiceerde.
Een retrospectieve studie die werd gepubliceerd in European Urology wijst erop dat roken het risico op biochemisch recidief na een prostatectomie verhoogt.
Olaparib, een PARP-remmer, kan interessant zijn bij een castratieresistente prostaatkanker. PARP is de afkorting van poly-ADP-ribosepolymerase, een enzym dat het DNA herstelt.
Een analyse van de samengevoegde gegevens van drie prospectieve studies toont aan dat een behandeling van prostaatkanker met sterk gebundelde, zeer intense ultratonen (HIFU, high intensity focused ultrasound) de erectiefunctie beter vrijwaart.
Een recentelijk in European Urology gepubliceerde populatiestudie bevestigt dat de sterfte aan prostaatkanker na 15 jaar laag is bij patiënten van 65 jaar of ouder die een laag risico lopen en bij wie daarom een conservatieve houding wordt aangenomen.
Verhoogt het gebruik van type 5-fosfodiësteraseremmers na een prostatectomie het risico op biochemisch recidief?
Het PSA (Prostaat Specifiek Antigeen) wordt nog steeds beschouwd als een doorslaggevende biologische marker bij de opsporing van prostaatkanker en er is duidelijk aangetoond dat de opsporing van PSA de mortaliteit als gevolg van deze ziekte kan verlagen. De specificiteit laat echter te wensen over en aangezien ook de evaluatie van het risico op progressie van de opgespoorde afwijkingen beter kan, wordt soms onterecht een behandeling gegeven. Welke houding moeten we in de dagelijkse praktijk aannemen? Published ahead of print.
Zes cycli docetaxel bij de start van androgeendeprivatietherapie voor gemetastaseerde prostaatkanker resulteert in een significant langere totale overleving. Dat suggereert althans onderzoek waarvan the New England Journal of Medicine de resultaten publiceerde...
Screening op prostaatkanker door bepaling van het PSA-gehalte roept veel vragen op. Die bepaling blijkt efficiënter te zijn als ze gebeurt in het kader van een georganiseerd programma.
Een meta-analyse van observationele studies steekt een beschuldigende vinger uit naar androgeendeprivatietherapie. De meta-analyse toont aan dat die therapie het cardiovasculaire risico verhoogt, vooral bij patiënten met antecedenten die worden behandeld met LHRH-analogen.
Analyse van de gegevens van Zweedse registers leert dat androgeendeprivatietherapie het cardiovasculaire risico verhoogt. Dat tempert de verhoopte therapeutische voordelen op oncologisch vlak.
Bij mannen die een biopsie ondergaan ter uitsluiting/bevestiging van prostaatkanker resulteert MRI-echofusiebiopsie in de detectie van meer hoogrisico- en minder laagrisico-prostaattumoren dan de standaard van echogeleide biopsie. Dat suggereert een studie in JAMA.
Naar de voordracht van Charles Van Praet (UZ Gent), eerste klinische prijs, Elautprijs, Roeselare, januari 2015 Abirateronacetaat is een belangrijk geneesmiddel bij de behandeling van castratieresistente prostaatkanker. De COU-AA-301-studie heeft abirateronacetaat onderzocht bij patiënten die al een behandeling met docetaxel kregen. Een retrospectieve analyse van het compassionate-use-programma in ons land heeft nagegaan in hoeverre de resultaten die in het strikte kader van een fase III-studie werden behaald, kunnen worden doorgetrokken in de gewone klinische praktijk. Published ahead of print.
[1. Labo Experimentele Urologie, Departement Ontwikkeling en Regeneratie, KU Leuven; 2. Departement Urologie, UZ Leuven, KU Leuven] Op heden is prostaatkanker de meest voorkomende kanker bij mannen met 417.000 nieuwe diagnoses per jaar in de Europese Unie. Bij mannen met een goede levensverwachting en klinisch gelokaliseerde ziekte is radicale prostatectomie (RP) de voorkeursbehandeling (1). Erectiele dysfunctie (ED) blijft een veelvoorkomende complicatie na radicale prostatectomie, waarvoor momenteel geen curatieve therapie voorhanden is. Published ahead of print.
Een post-hocanalyse van AFFIRM toont aan dat enzalutamide bij castratieresistente prostaatkanker een gunstig effect heeft op de prognose, ongeacht het PSA-gehalte bij de start ervan.
Tijdens een door Janssen-Cilag georganiseerde lezing gaf dr. Gerhardt Attard, onderzoeker aan het Institute for Cancer Research en medisch oncoloog aan het Royal Marsden Hospital (Londen), een uiteenzetting over de keuze tussen nieuwe androgeenremmers en taxanen voor gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker en in hoeverre onderzoek naar biomarkers en resistentie hierbij sturing kan geven. Published ahead of print.
The Lancet publiceert de resultaten na 13 jaar follow-up van de European Randomised Study of Screening for Prostate Cancer (ERSPC). De resultaten bevestigen een substantiële afname van de prostaatkankersterfte door PSA-testing.
[Naar de mededeling van Grégory Lefèbvre (Clin. Univ. St-Luc, UCL, Brussel), voorstelling van de scripties, Belgische Vereniging voor Urologie (BVU, juni 2014)] Het therapeutische arsenaal voor gemetastaseerde prostaatkanker is opnieuw uitgebreid. Abirateron en binnenkort enzalutamide bieden de uroloog voortaan een hormoontherapie van de tweede lijn, maar we moeten de patiënten die er het meeste baat bij zouden hebben, nog identificeren. Published ahead of print.
Prostaatkanker metastaseert meestal eerst naar het bot van het axiale skelet. De respons van het bot op de nieuwe hormonale behandelingen is dus bepalend. De respons kan op meerdere manieren geëvalueerd worden, maar de kwaliteit van die onderzoeken loopt uiteen. Published ahead of print.
[1. Dienst Urologie, UZ Gent, UG; 2. Dienst Anatoompathologie, UZ Gent, UG] Prostaatkanker is een tumor van epitheliale oorsprong. Rond deze neoplastische epitheliale cellen bevindt er zich een omgevend bindweefsel of stroma. Het laatste decennium zijn er veel nieuwe inzichten verschenen over de rol van dit stroma bij prostaatkanker. Dit fungeert als een ecosysteem, noodzakelijk voor tumorale groei, proliferatie en metastasering. Centraal hierbinnen is de rol van de androgene receptor. Typering van dit peritumorale ‘reactieve’ stroma heeft ook een prognostische waarde. In dit overzichtsartikel bespreken we beknopt de rol van stroma bij het ontstaan en de progressie van prostaatkanker. Published ahead of print.
Bekkenbodemreëducatie als behandeling van urine-incontinentie na radicale prostatectomie of transurethrale prostaatresectie blijkt geen meerwaarde te hebben. Dat besluiten Britse onderzoekers op basis van twee gerandomiseerde studies die The Lancet publiceerde.
Bij mannen met een gelokaliseerd prostaatadenocarcinoom en een PSA van hoogstens 20ng/ml resulteert een kortdurende antiandrogeenbehandeling in combinatie met radiotherapie in een significante afname van de ziektespecifieke sterfte en een betere globale overleving. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in de New England Journal of Medicine.
Remming van de androgeenbiosynthese door abirateronacetaat na chemotherapie verlengt de overleving van patiënten met gemetastaseerde hormoonresistente prostaatkanker. Dat besluiten de auteurs uit de resultaten van een gerandomiseerde, gecontroleerde studie. Het New England Journal of Medicine publiceerde de resultaten.
In de jaren negentig kwam een vermageringsproduct met aristolochiazuur in België in opspraak nadat bij gebruiksters gevallen van nierinsufficiëntie werden vastgesteld. Sindsdien zijn heel wat wetenschappelijke studies uitgevoerd, waarin werd vastgesteld dat deze stof zeer toxisch is voor de nieren, maar ook kanker van de urinewegen kan veroorzaken.
Is het mogelijk en/of nodig om mannen met prostaatkanker in een vroeg stadium te behandelen? Matthew Smith (Massachusetts General Hospital Cancer Center, Boston) stelde die vraag in een editorial in het New England Journal of Medicine, naar aanleiding van de eerder geciteerde publicatie van het SPCG-4-rapport in diezelfde editie.
Radicale prostatectomie in een vroeg stadium van prostaatkanker gaat gepaard met minder prostaatkankersterfte dan een afwachtende houding. Dat besluiten Anna Bill-Axelson (Universiteit Uppsala) en een internationaal onderzoeksteam uit een follow-upstudie.
Stockholm was in 2011 het toneel voor de 36ste conferentie van de European Society for Medical Oncology (ESMO), de 30ste conferentie van de European Society for Radiotherapy & Oncology (ESTRO) en de 16de conferentie van de European Cancer Organisation (ECCO) samen wordt dat het 2011 European Multidisciplinary Cancer Congress. Wij waren er ook, keken toe en luisterden hoe duizenden oncologen en andere experten elkaar de nieuwste bevindingen mededeelden. In dit korte stukje geven we enkele van de merkwaardige doorbraken die daartussen zaten en wat nieuws van het diagnostische front.
De meest toegepaste behandeling van lokaal gevorderde of uitgezaaide prostaatkanker is androgeendeprivatie. Maar wat als deze behandeling jarenlang wordt gegeven? Androgeendeprivatie heeft een aantal potentiële bijwerkingen, meer bepaald van metabolische en cardiovasculaire aard. Vandaar de vraag of er nog andere opties voorhanden zijn en of deze bijwerkingen kunnen worden voorkomen.
Bij patiënten met gemetastaseerde, castratieresistente prostaatkanker zijn er nu verschillende tweedelijnsbehandelingen mogelijk bij progressie na eerstelijnsbehandelingen met docetaxel. Deze behandelingen worden besproken en in de context van de Belgische situatie geplaatst.
Enzalutamide, een inhibitor van de androgeenreceptor-signaalweg, verbetert significant de overleving bij mannen met gemetastaseerd castratie-resistent prostaatcarcinoom na chemotherapie. Zo melden de auteurs van een fase 3-studie in het New England Journal of Medicine.
Intermitterende hormoontherapie scoort niet slechter qua overleving dan continue hormoonbehandeling bij personen die radiotherapie kregen voor lokaal prostaatcarcinoom. Dat suggereert een non-inferioriteitsanalyse die werd gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.
[1. Dienst Urologie, UZ Leuven, KUL. 2. Service d’Oncologie, Dienst Oncologie, Leiden University Medical Center, Leiden, Nederland] Context: In april 2010 werd het eerste vaccin voor prostaatkanker goedgekeurd door de US Food and Drug Administration (FDA). In een fase 3-studie vertoonden de patiënten die behandeld werden met tumorantigeen-presenterende cellen een significant betere totale overleving (overall survival, OS) in vergelijking met controlepatiënten. De resultaten van andere vaccins worden met spanning afgewacht, gezien dit een nieuw tijdperk zou kunnen betekenen voor de behandeling van patiënten met gevorderde prostaatkanker. In deze review wordt een overzicht gegeven van de huidige fase 2- en fase 3-studies omtrent de doeltreffendheid en veiligheid van vaccinatiestrategieën bij prostaatkanker. Resultaten: Drie grote gecontroleerde, dubbelblinde fase 3-studies waaronder de IMPACT-studie includeerden in totaal 737 patiënten om het effect van sipuleucel-T te onderzoeken. In de IMPACT-studie werd naast de veiligheid van het vaccin een mediaan overlevingsvoordeel van 4,1 maanden aangetoond voor de sipuleucel-T-vaccinatiegroep (25,8 maanden versus 21,7 maanden; p = 0,032). Daarentegen werden twee grote fase 3-vaccinatiestudies met GVAX (volledig tumorcelvaccin) vroegtijdig beëindigd wegens gebrek aan effect en zelfs verhoogde mortaliteit. Andere fase 2-vaccinatiestudies testten verschillende types van vaccins in verschillende prostaatkankerpatiëntengroepen. Interessant is de gerandomiseerde studie met Prostvac-VF, een recombinant virusvectorvaccin, waar de veiligheid van het vaccin kon aangetoond worden en waar eveneens een overlevingsvoordeel van 8,5 maanden werd opgemerkt in de behandelde groep (25,1 maanden versus 16,6 maanden; p = 0,0061). Conclusie: Vaccinatietherapie vormt een nieuw paradigma voor de behandeling van prostaatkanker met veelbelovende resultaten in verschillende recente studies. Toch is er nog een belangrijke weg te gaan. Nieuwe studies zijn vereist om het werkingsmechanisme van deze therapie beter in beeld te brengen en vragen omtrent de precieze timing en plaats van deze behandeling te beantwoorden. Published ahead of print.
Een van de belangrijkste vragen in de biologie gaat over welke stamcellen verantwoordelijk zijn voor de morfogenese en de regeneratie van de verschillende weefsels. In een studie die verscheen in Nature Cell Biology identificeerden onderzoekers van de Université libre de Bruxelles (ULB) nieuwe categorieën stamcellen van de prostaat die instaan voor de postnatale ontwikkeling ervan.
Toevoegen van radiotherapie aan androgeendeprivatietherapie bij personen met lokaal gevorderde prostaatkanker verbetert de overleving. De meerwaarde van deze combinatietherapie dient derhalve systematisch besproken te worden in deze doelgroep. Dat schrijft een Brits-Canadees onderzoeksteam in The Lancet.
De Nationale Commissie Geneesheren – Ziekenfondsen heeft op 9 juli 2012 beslist om voor twee Riziv-artikelen de terugbetaling op nul te zetten.
Janssen meldt u met genoegen dat Zytiga® (abirateronacetaat) vanaf 1 augustus in België zal worden terugbetaald onder hoofdstuk IV, §6300000, cat Ahf. Zytiga® is geïndiceerd met prednison of prednisolon voor de behandeling van gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker bij volwassen mannen bij wie de ziekte progressief was tijdens of na een chemotherapieschema op basis van docetaxel.
De Specialist 201
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...